VOEDINGSSONDE
Het gebruik van een voedingssonde bij kittens.

Inleiding.

Velen van ons zullen het probleem van bijvoeden / ‘flessen’ van kittens kennen, anderen kunnen er vroeg of laat nog wel eens mee geconfronteerd worden,
bij verweesde kittens, bij kittens die met een keizersnede ter wereld gekomen zijn en waardoor de melkproductie en/of contact moeder-kind net iets te laat op gang kán komen, bij onvolgroeide tepels van de moederpoes, bij te grote nesten, bij acute baarmoederontsteking, bij bloedgroep problemen (een B-moeder met A-kittens) of welke andere reden hiervoor nog aangevoerd moge worden.
Gaat U er dan maar aan staan! Flesjes en speentjes uitkoken, een strak schema aanhouden waar alle ander bezigheden zich naar moeten richten, gemartel met verstopte speentjes of speentjes waar per ongeluk een te groot gaatje is ingeprikt, om de twee à drie uur ‘s nachts de wekker laten aflopen enz. En wat te zeggen als tot overmaat van ramp kittens het flesje weigeren of als het van die treuzelaars zijn die lekker en vooral langzaam op hun dooie gemak druppeltje voor druppeltje de melk tot zich nemen.
De wekker kunt U dan wel helemáál vergeten want zodra U eindelijk na anderhalf uur met de ene voeding klaar bent, kunt U gelijk aan de voorbereidingen van de volgende beginnen. Kortom, een moordend karwei, vooral als alle andere dagelijkse werkzaamheden ook gewoon door moeten gaan. En hoe is het de fokker te moede als alle opofferingen ten spijt, toch nog een kitten zich verslikt blijkt te hebben, daarbij een longontsteking oploopt, volgende voedingen weigert, onrustig en voortdurend klagelijk piepend heen en weer blijft kruipen hortend en stotend begint te ademen, in gewicht achteruit holt, de nestwarmte van broertjes en zusjes ontvlucht en ten leste aan de rand van doos of mand zijn vroegtijdige einde vindt?
Nee, al met al bijflessen is een hoogst vermoeiende en bij zeer jonge kittens uiterst enerverende zaak.
Een andere methode van (bij)voeden is echter het voeden met een ‘feeding tube” (voedingssonde)
Eigenlijk zijn er alleen maar een heleboel voordelen op te sommen van het voeden met een sonde t.w.

a. kittens kunnen zich nauwelijks nog verslikken,
b. geen geklieder met melk die overal terecht komt behalve daar waar het wezen moet,
c. hongerstakers is het recht op dit soort stakingsacties ontnomen.
d. de hoeveelheid voeding is veel beter te bepalen en wat voorál belangrijk is, het schema volgens welke de voedingen
gegeven worden.
Een schema van 7.00 uur tot 23.00 uur waarbij om de twee uur gevoed wordt, bij de eerste en de laatste voeding 4 gram
en bij de tussenliggende voedingen twee gram, geeft, óók na aftrek vanwege ontlasting en het uitblijven van nachtvoedingen,
voor het kitten een voldoende gewichtstoename.

Kortom…….

-uw nachtrust blijft (meestal) behouden,
-dag voedingen kunnen – indien noodzakelijk – wel eens overgeslagen worden door ervoor en vooral erna de hoeveelheid voeding iets op te voeren,
-treuzelaars mogen best treuzelen; ondertussen voedt U ze wel even en voor de rest kunt U ze rustig in hun doos verder laten treuzelen.

N.B. Indien U na het lezen van dit artikel mocht besluiten bij Uw dierenarts óók een sonde te gaan halen / bestellen, gooi dan niet uw flesje en speentjes alvast weg.
De sonde is het middel bij uitstek voor heel jonge, zwakke of zieke kittens die vaak over onvoldoende zuigkracht beschikken en die, let wel, op doktersadvies bijgevoed moeten worden.
Voor oudere en al sterkere kittens voldoen de gangbare zuigflesjes heel goed!

Wat is een voedingssonde?

Bijgaande illustraties maken dat voor ‘n groot deel al duidelijk.
Een ongeveer 50 centimeter lang en 1,5 of 2,1 millimeter dun doorzichtig slangetje waarmee moedermelk-vervangende preparaten direct in het maagje van het kitten gebracht kunnen worden.
K.M.R. verdient hierbij aanbeveling, omdat het qua samenstelling het dichtst in de buurt komt van moedermelk.

Voor een gering bedrag, is een sonde meestal wel bij uw dierenarts verkrijgbaar. (1)
sonde met spuit
1 – De voedingssonde (maat 1,5 of 2,1 mm.)

2 – Dun bandje kleurtape, zelf aan te brengen op ca. 8,5 cm. afstand van het uiteinde.
openingen aan tip van sonde
3 – Afgeronde gesloten top

4 – Aan weerszijden Ca. 1,5 mm. grote openingen
afsluiter
5 – Afsluit dopje – geel of groen (1)
insteek injectiespuit
6 – Bijpassende, soepel schuivende, plastic injectie-spuitjes (twee stuks), minimaal twee milliliter, een grotere maat werkt echter wat makkelijker omdat U daar – met één hand werkende – meer ‘houvast’ aan heeft
toedienen voeding
7 – Voorkomen dat door spartelende bewegingen de sonde teveel naar buiten terugglijdt

Het gebruik van de sonde:

Vooropgesteld wordt dat U per nest/kitten uw dierenarts raadpleegt over het gebruik van de sonde.
Het is immers niet ondenkbaar dat er hetzij bij de moederpoes, hetzij bij de kittens specifieke oorzaken zijn aan te wijzen waardoor de natuurlijke gang verstoord is en waarbij het gebruik van de sonde geen uitkomst kán bieden, sterker, de gezondheid van het kitten alleen maar schaadt.
Is bijvoeden echter toch het advies, dan kan de voedingssonde hierbij een fantastische hulp zijn, waarbij U dan als volgt te werk gaat:

-Leg een stevige, niet ruwe, hand- of theedoek op tafel.
-Zorg voor een bakje of eierdopje waaruit U makkelijk met één van de twee injectie-spuitjes de melk kunt opzuigen.
-K.M.R.hoort uiteraard op de juiste (lichaams) temperatuur gebracht en gehouden te worden (b.v. in een magnetron of “au bain Marie”).

Het vullen van het spuitje;
-Zuig eerst 0,5 ml. lucht aan, daarna 2 of 4 ml. melk.
-Op de sonde hebt U reeds aangegeven, met een stukje tape of niet-afgevende viltstift, tot hoever het slangetje bij het kitten naar binnen gebracht moet worden.
 Bij normale volgroeide kittens van ca. 100 gram zal dat 8 à 9 cm. zijn.
-Op de sonde plaatst U het lege, volledig ingedrukte, injectie-spuitje en wel zodanig dat U er een vacuüm mee kunt aanzuigen.
-Neem nu het kitten en leg het gewoon op zijn buikje op de handdoek.
 De sonde kan nu rustig en gelijkmatig naar binnen geschoven worden.
 In negen van de tien gevallen zal dat soepel en zonder problemen verlopen, ook al werkt het kitten soms tegen.
 Gaat het in een enkel geval niet meteen, dan vooral niet forceren maar in alle rust gewoon nog eens opnieuw proberen, soms wil het nog wel eens helpen om met de duim van de hand waarin U het kitten vast houdt het rechter resp. het linker voorpootje iets op te lichten.
 Vaak maakt het kitten echter zelf slikbewegingen waardoor het de sonde ‘inslikt’.

U vult het spuitje zoals aangegeven, plaats de sonde op het spuitje en spuit de melk langzaam bijv. in de gootsteen of een kopje.
Op een gegeven moment is de melk uit het spuitje en blijft er slechts 0,5 ml. lucht over in het spuitje terwijl de sonde nog gevuld is met melk;
drukt U nu verder door dan zal middels die 0,5 ml lucht de sonde geheel geledigd worden.
- Is de sonde eerder leeg, dan is 0,5 ml. lucht te veel en blaast U lucht in het maagje van het kitten.
-Is alle lucht uit het spuitje verdwenen, maar de sonde is nog niet leeg, dan is 0,5 ml. te weinig en blijft er misschien een restje melk in en aan de sonde hangen.

Voorzorgsmaatregel:

De sonde niet in een keer naar binnen schuiven, maar na 5 à 6 cm. heel even (slechts een paar millimeter) voorzichtig proberen een vacuüm aan te zuigen. Is dit het geval, voelt men in het injectiespuitje enige tegendruk, dan weet U dat U óók daadwerkelijk met de sonde in de slokdarm terecht gekomen bent. Immers de slokdarm is soepel, ballon achtig en wordt derhalve tegen de sonde-openingen aangezogen. Het spuitje dan weer induwen zodat het vacuüm opgeheven wordt. (*

(* Probeert U dit eerst maar eens met een leeg ingedrukt spuitje waarvan U de opening afsluit met Uw duim, waarna U probeert het spuitje te vullen met lucht.
 U voelt dan dat Uw huid meegezogen wordt.

*plaats van de maag in het lichaam; halverwege de romp, achter de longen
*Luchtpijp; stevig a.g.v.kraakbeenringen.
*Slokdarm; zacht, soepel, ballon achtig.

Ondervindt men geen tegendruk bij het injectie-spuitje, kortom treedt er geen vacuüm op, dan is men met de sonde in de luchtpijp beland.
De kraakbeenringen verhinderen namelijk dat de wand van de luchtpijp tegen de sonde-openingen aangezogen wordt.
De sonde moet dan opnieuw ingebracht worden!
Overigens als leek moet men al van goede huize komen om de sonde in “het verkeerde keelgat” (de luchtpijp) te kunnen krijgen.

Het voeden:

Nadat het vacuüm opgeheven is kan men nu de sonde de laatste centimeters tot de markering toe verder inbrengen, het lege injectie-spuitje verwijderen en het volle injectie-spuitje op de sonde plaatsen. Rustig en gelijkmatig het spuitje ledigen, zoals eerder omschreven, dan de sonde eerst 2 à 3 centimeter gewoon en dán de resterende 6 centimeter rustig – al aanzuigende – uit de slokdarm terugtrekken. Deze laatste handeling is ingeval er een druppeltje melk aan de sonde is blijven hangen wat dan toch nog toevallig op kruispunt van slokdarm en luchtpijp in “het verkeerde keelgat” terecht zou kunnen komen.
Zo’n laatste druppeltje wordt dan namelijk voordat het de longetjes heeft kunnen schaden, in de sonde terug gezogen.
N.B. Na iedere voeding de sonde en het spuitje goed doorspoelen met gekookt water, eventueel even uitkoken.

Ziezo, het kitten is gevoed en heeft twee, hooguit vier, gram voeding naar binnen gekregen.
Het verhaal lijkt moeilijker dan het is, de praktijk is kinderlijk eenvoudig.
Na twee of drie keer kost het daadwerkelijk voeden van een kitten U nauwelijks nog een minuut.
Met de ene hand het kitten op zijn plaats houden zodat de sonde er niet uit kan glijden, met de andere hand de spuitjes verwisselen.

Nawoord:

Of het kitten een dergelijke behandeling aangenaam vindt???……
Tja, dat is een moeilijke vraag, echt leuk zal hij/zij het niet vinden, maar soms is het een kwestie van erop of eronder en dan is het toch wel een veilig gevoel dat zo’n spartelend wurm tijdens de voeding rustig een potje kan liggen blèren zonder de kans te lopen zich daarbij te verslikken. ‘Onaangenaam’ zal het juiste woord zijn, pijnlijk is het in ieder geval niet. Bovendien is het zo dat bijv. bij de geboorte van o.a. katten nog lang niet alle functies en zintuigen ontwikkeld zijn. Kittens zien bijv. nog niets en lopen daar is ook nog geen sprake van. Dit bijv. in tegenstelling tot een Giraffen Baby, die moet zo snel mogelijk na de geboorte op de poten en met moe en de anderen op pad. In Diergaarde Blijdorp heeft men het eens geprobeerd om een baby Giraffe met de sonde (een tuinslang) te voeden maar voor het reeds volkomen bij zinnen zijnde beestje was het een ‘marteling’.
Laat U zich overigens niet van de wijs brengen door allerlei mensen, die van horen zeggen weten dat…, U een DIERENBEUL bent als U met een sonde voedt of dat met een sonde grootgebrachte kittens mensen HATERS worden.
Nonsens! De meeste kittens zijn “puur” tevreden met hun lekker gevulde buikje en beginnen zelfs (zo gauw ze daar toe in staat zijn) héél genoeglijk te spinnen.
/medisch/vlooienteken/